Veel organisaties praten graag over vertrouwen. In visieteksten. Op posters. Op leiderschapsdagen. In presentaties over cultuur.
Maar vertrouwen ontstaat niet omdat iemand het benoemt.
Vertrouwen ontstaat wanneer mensen herhaaldelijk ervaren: hier mag iets echt gezegd worden. Hier word ik niet kleiner gemaakt als het spannend wordt. Hier klopt wat gezegd wordt ook met wat gedaan wordt. Dat is iets anders dan sfeer. En ook iets heel anders dan aardig zijn. Vertrouwen is niet: we hebben het gezellig.
Vertrouwen is: ik durf hier iets in te brengen wat nog niet af is. Ik kan twijfelen zonder direct gezichtsverlies. Ik hoef niet eerst te voelen waar de macht ligt voordat ik iets zeg.
Dat vraagt consistentie. Geen slogan.

Verandering wordt pas geloofwaardig wanneer leiders niet alleen richting geven, maar ook zelf zichtbaar meebewegen.
Vertrouwen groeit meestal in kleine reacties. In hoe iemand reageert als je iets lastigs zegt. In wat er gebeurt als iemand een fout maakt. In de toon waarmee een vraag wordt beantwoord. In de ruimte die er is voor twijfel, nuance of ongemak. Juist daar voelen mensen of vertrouwen echt is. Niet in de heisessie. Niet in de kernwaarde op de muur. Maar in de kleine momenten waarop het spannend wordt.
- Wordt er geluisterd?
- Wordt er verdedigd?
- Wordt iets weggewuifd?
- Wordt iemand serieus genomen?
Mensen geloven zelden wat een organisatie over zichzelf zegt. Ze geloven vooral wat ze herhaaldelijk meemaken.
Scherpere vraag
Waaraan merken mensen bij jullie dat vertrouwen echt is?
Vertrouwen zit niet in wat je belooft, maar in wat mensen meemaken als het spannend wordt.
Lees meer in Leidinggeven

