Leidinggeven

Leiderschap is niet, altijd vooroplopen

De positie die je als leider kiest, bepaalt hoeveel ruimte de ander krijgt om zelf te bewegen. Veel beelden van leiderschap kennen maar één richting: de leider loopt voorop en . . .
De positie die je als leider kiest, bepaalt hoeveel ruimte de ander krijgt om zelf te bewegen.

Veel beelden van leiderschap kennen maar één richting: de leider loopt voorop en de anderen volgen. Het is een aantrekkelijk beeld. De leider als degene die het overzicht heeft, de route bepaalt en als eerste een onbekend terrein betreedt. Het straalt daadkracht uit. Richting. Moed.

Maar wie altijd vooroploopt, ziet niet vanzelf wat er achter hem gebeurt. Soms heeft een groep inderdaad iemand nodig die de eerste stap zet. Soms moet een leider juist achteraan aansluiten om te zien wie dreigt af te haken. En soms ontstaat beweging pas wanneer een leider naast iemand gaat staan. Niet om de stap over te nemen. Wel om hem mogelijk te maken.

Roos kijkt vanaf een open uitkijktoren naar de zonsopkomst, als metafoor voor leiderschap, vertrouwen en naast iemand staan.

Een open trap in het bos

Vanmorgen beklom ik samen met Roos een toren in het bos. Voor haar was dat spannend. De trap is open. Onder haar poten ziet ze de diepte en naarmate we hoger komen, wordt niet alleen het uitzicht groter, maar ook de afstand tot de grond.

Je kunt haar op zo’n moment niet uitleggen dat de constructie stevig is. Dat honderden mensen deze trap al veilig hebben beklommen. Dat de leuning hoog genoeg is en de treden sterk genoeg zijn.

Die feiten kloppen allemaal. Maar feiten nemen haar spanning niet weg. Dwingen werkt evenmin. Harder aan de riem trekken, haar aansporen of een appèl doen op haar doorzettingsvermogen zou de situatie waarschijnlijk alleen maar lastiger maken. De trap wordt daar niet minder open van en de diepte verdwijnt niet.

Wat wel werkt, is vertrouwen. Ik praat tegen haar. Niet omdat ze mijn woorden begrijpt zoals mensen dat doen, maar omdat ze mijn stem kent. Ze hoort mijn rust. Ze merkt dat ik mijn tempo aanpas en dat ik bij haar blijf. Deze keer liep ik naast haar naar boven. Niet voor haar uit om te laten zien hoe eenvoudig het was. Niet achter haar om haar verder te duwen. Maar naast haar, omdat dát op dat moment het meeste vertrouwen gaf.

Meer uitleg is niet altijd het antwoord

In organisaties gebeurt vaak iets vergelijkbaars. Wanneer mensen aarzelen, vertragen of niet onmiddellijk meegaan in een besluit, is de eerste reactie vaak: meer uitleg geven. We organiseren een extra bijeenkomst. Maken een nieuwe presentatie. Herhalen de argumenten. Leggen nog eens uit waarom de verandering noodzakelijk is, hoe zorgvuldig het plan is opgebouwd en welke voordelen ermee worden bereikt.

Soms is dat precies wat nodig is. Mensen kunnen pas verantwoordelijkheid nemen wanneer de richting, de kaders en de verwachtingen duidelijk zijn. Maar niet iedere aarzeling ontstaat door een gebrek aan informatie.

Achter terughoudendheid kunnen andere vragen schuilgaan:

  • Kan ik dit wel?
  • Wat raak ik kwijt?
  • Mag ik zeggen dat ik twijfel?
  • Wat gebeurt er als het misgaat?
  • Blijf jij aanwezig wanneer het moeilijk wordt?

Wie zulke vragen beantwoordt met nóg meer inhoudelijke uitleg, mist mogelijk wat er werkelijk speelt. De woorden zijn dan niet verkeerd, maar ze bereiken de onderliggende spanning niet.

Vertrouwen ontstaat zelden uit één overtuigend verhaal. Het ontstaat uit wat mensen herhaaldelijk ervaren. Uit de verhouding tussen wat een leider zegt, doet, vraagt en zelf draagt. Mensen kijken niet alleen naar de route die wordt aangekondigd. Ze kijken ook naar de positie die hun leider inneemt wanneer die route spannend wordt.

Vooroplopen is maar één leiderschapspositie

Goed leiderschap kiest niet automatisch één positie.

  • Vooroplopen kan nodig zijn wanneer richting ontbreekt, besluiten worden uitgesteld of niemand verantwoordelijkheid durft te nemen. Dan moet een leider zichtbaar maken waar de organisatie naartoe gaat, grenzen stellen en bereid zijn als eerste een stap te zetten.
  • Achteraan aansluiten is nodig wanneer snelheid dreigt te verhullen dat mensen afhaken. Van daaruit zie je wie moeite heeft om mee te komen, welke signalen niet worden gehoord en wat onderweg verloren dreigt te gaan. Achteraan lopen betekent niet dat je de leiding opgeeft. Het betekent dat je bewaakt wat anders buiten beeld blijft.
  • Naast iemand lopen is nodig wanneer de richting duidelijk is, maar de stap nog spannend. De leider neemt de beweging dan niet over, maar leent tijdelijk rust, aandacht en vertrouwen. Precies lang genoeg om de ander zelf verder te laten gaan.

Deze posities zijn niet beter of slechter dan elkaar. Ze vragen ieder iets anders. Vooroplopen vraagt richting en moed. Achteraan aansluiten vraagt overzicht en aandacht. Naast iemand staan vraagt aanwezigheid zonder overname.

De kwaliteit van leiderschap zit daarom niet in het consequent vasthouden aan één favoriete stijl. Ze zit in het vermogen om te zien welke positie de situatie nodig heeft en vervolgens ook daadwerkelijk van positie te durven veranderen.

Naast iemand staan is niet hetzelfde als het overnemen

Naast Roos lopen maakte de trap niet minder hoog. De open treden bleven open. De diepte bleef zichtbaar. Iedere stap moest zij nog steeds zelf zetten. Dat is een belangrijk onderscheid.

Naast iemand staan betekent niet dat je alle spanning wegneemt. Het betekent niet dat je de moeilijkheid kleiner praat, de lat verlaagt of de verantwoordelijkheid overneemt. Sterker nog: wanneer een leider te snel helpt, kan behulpzaamheid omslaan in afhankelijkheid. Wanneer een leider iedere lastige stap overneemt, leert de organisatie vooral dat zij moet wachten tot de leider het oplost. Aan de andere kant kan te snel duwen leiden tot volgzaamheid zonder werkelijk eigenaarschap. Mensen bewegen dan misschien wel, maar vooral omdat stilstaan niet langer is toegestaan. Van buiten ziet dat eruit als voortgang. Van binnen groeit mogelijk afstand, weerstand of voorzichtigheid. Er bestaat dus een belangrijk verschil tussen iemand in beweging brengen en iemand de ruimte geven om zelf te bewegen. In het eerste geval blijft de leider de motor. In het tweede geval groeit het vermogen van de ander.

Goed leiderschap bewaakt precies dat verschil. Het biedt voldoende richting om niet te verdwalen en voldoende ruimte om zelf verantwoordelijkheid te nemen.

Je voorkeurspositie vertelt iets

Onder druk vallen leiders gemakkelijk terug op hun voorkeurspositie. De ene leider gaat nog harder vooroplopen. Hij verhoogt het tempo, neemt meer besluiten en raakt ervan overtuigd dat de organisatie zonder zijn voortdurende ingrijpen stilvalt. Een andere leider trekt zich juist terug. Hij noemt dat ruimte geven, terwijl mensen vooral ervaren dat zij het zelf moeten uitzoeken. Weer een andere leider blijft naast iedereen staan. Zorgvuldig, betrokken en begripvol, maar zo lang dat keuzes vervagen en verantwoordelijkheid onduidelijk wordt.

Iedere positie heeft een schaduwkant wanneer zij automatisch wordt gekozen. Altijd vooroplopen kan een organisatie leren wachten. Altijd achteraan blijven kan een gebrek aan richting verhullen. Altijd naast mensen staan kan besluitvorming uitstellen en verantwoordelijkheden vertroebelen. Daarom is de vraag niet alleen: Wat voor leider ben ik? Een scherpere vraag is: Welke positie kies ik bijna vanzelf en wat leert mijn omgeving daarvan?

Want leiderschap werkt nooit alleen via het formele besluit. Het werkt ook via gedrag. Via tempo. Via nabijheid en afstand. Via wat je oppakt, wat je teruglegt en wat je laat liggen. De positie van een leider is daarmee altijd informatie.

Vertrouwen is niet hetzelfde als zekerheid

Roos wist niet zeker wat er boven op de toren zou wachten. Ze had geen garantie dat de volgende trede prettiger zou voelen dan de vorige. Haar vertrouwen bestond niet uit zekerheid over de trap, maar uit de ervaring dat zij de spanning niet alleen hoefde te dragen. Ook in organisaties ontstaat vertrouwen niet doordat alle onzekerheid verdwijnt. Leiders kunnen niet beloven dat iedere verandering goed uitpakt. Dat elke samenwerking zonder conflict verloopt. Dat ieder besluit onmiddellijk wordt begrepen of dat niemand onderweg iets verliest.

Ze kunnen wel helder zijn over de richting. Eerlijk zijn over wat nog onbekend is. Aanwezig blijven wanneer het moeilijk wordt. En hun positie aanpassen wanneer de werkelijkheid iets anders vraagt dan vooraf was bedacht. Vertrouwen betekent dus niet: er kan niets misgaan. Vertrouwen betekent eerder: wanneer het spannend wordt, weet ik wat ik aan jou heb.

Dat is geen zachte toevoeging aan leiderschap. Het bepaalt welke informatie mensen nog durven delen, hoeveel tegenspraak er mogelijk blijft en of problemen vroeg genoeg zichtbaar worden. Zonder vertrouwen wordt slecht nieuws later verteld. Twijfel wordt verpakt. Mensen zeggen ja en wachten vervolgens af. Met voldoende vertrouwen kunnen mensen verantwoordelijkheid nemen zonder eerst volledige zekerheid te eisen.

Niet iemand naar boven krijgen

Boven op de toren wachtte onze trofee: samen kijken naar een prachtige zonsopkomst. Maar de echte betekenis zat niet in dat uitzicht. Ze zat in de manier waarop we boven kwamen. Roos werd niet naar boven getrokken. Ze werd niet gedragen. Ik had haar niet overtuigd dat haar spanning onredelijk was. Zij zette zelf de stappen.

Mijn verantwoordelijkheid was het om aanwezig te zijn op een manier die dat mogelijk maakte. Misschien is dat wel een van de lastigste opdrachten van leiderschap: niet bewijzen dat jij de route beheerst, maar zo aanwezig zijn dat de ander zijn eigen vermogen kan gebruiken. Dat vraagt waarnemen voordat je handelt. Is er werkelijk gebrek aan richting, of vooral gebrek aan vertrouwen? Moet jij nu een besluit nemen, of juist een vraag stellen? Heeft iemand ondersteuning nodig, of ben je bezig ongemak te snel weg te organiseren? Loop je voorop omdat de situatie daarom vraagt, of omdat je je daar het meest comfortabel voelt? Blijf je naast iemand omdat dit beweging mogelijk maakt, of omdat je zelf een noodzakelijke keuze uitstelt?

Goed leiderschap heeft geen vaste plaats in de rij. Het beweegt. Het loopt voorop wanneer richting nodig is. Het sluit achteraan aan wanneer iets of iemand uit beeld dreigt te raken. En het gaat naast iemand staan wanneer vertrouwen de ontbrekende trede is. Niet om iemand naar boven te krijgen. Maar om aanwezig te zijn op een manier waardoor de ander de stap zelf durft te zetten.

Waar vraagt jouw leiderschap vandaag om: vooroplopen, achteraan aansluiten of naast iemand gaan staan?

Herken je dit?

Merk je dat er wel richting is, maar dat mensen nog niet werkelijk bewegen? Dan loont het om niet onmiddellijk harder te sturen of meer uit te leggen. Misschien vraagt de situatie eerst om beter te zien wat er tussen mensen, posities en verwachtingen gebeurt.

Essentiedenkers helpt zichtbaar maken hoe leiderschap, gedrag, samenwerking en vertrouwen elkaar beïnvloeden. Soms met Roos als co-trainer. Altijd met aandacht voor wat al voelbaar is, maar nog niet scherp genoeg wordt besproken.

VOLGENDE STAP

Leg jij de Gele Bal op tafel?

Merk je dat alles veel energie kost, maar weinig beweging oplevert? Dan is het vaak tijd om zichtbaar te maken wat iedereen ergens wel voelt, maar nog niet scherp genoeg bespreekt. Een eerste gesprek is vrijblijvend. We luisteren, stellen vragen en verkennen samen wat er speelt.